top of page

Links - rechts - links

  • 6 okt 2025
  • 6 minuten om te lezen

Over een paar weken is het weer zover: de Tweede Kamerverkiezingen. De stemwijzer staat weer online, politici warmen hun soundbites op en Nederland veegt de gymzalen uit voor een dagje democratie.
Ik heb in mijn leven al zo'n beetje op het hele politieke spectrum gestemd, van SP tot VVD en alles daar tussenin. En dat zette me aan het denken: wat heeft die keuzes eigenlijk het meest beïnvloed? Niet de stemwijzer, niet de verkiezingsprogramma’s (wie leest die dingen nou?) en zeker niet de debatten. Nee, het waren de echo’s uit mijn omgeving: ouders, schoonfamilie, vrienden, collega’s. Kortom, de sociale echokamers waar ik mij in bevond.


Als kind groeide ik op in een linkse huiskamer. Mijn ouders gaven stevige meningen mee over klimaat, ongelijkheid en rechtvaardigheid. Dat voelde logisch en overtuigend, alsof het universum vanzelfsprekend links afsloeg. Later trouwde ik in een uitgesproken rechtse ondernemersfamilie. Daar was de toon anders: links is naïef, multiculti-knuffelaars, soft voor criminelen. En weet je? Ook dat klonk logisch en overtuigend. En ergens halverwege bedacht ik zelf nog de briljante uitspraak: ‘Hoe kun je met goed verstand links stemmen?’ Waarop ik jaren later, inmiddels aan de andere kant van de lijn, weer net zo verontwaardigd riep: ‘Hoe kun je met een goed hart rechts stemmen?’ Tja, wie zegt dat alleen politici draaien?
Het was een beetje als leren oversteken als kind: links-rechts-links. Eerst kijken naar je omgeving en dan pas de stap zetten. Zo leer je ook sociaal navigeren: je kijkt naar je ouders, je vriendjes, je omgeving en neemt dan je eigen stapjes, naar hun voorbeeld. Trouw liep ik mee in de voetstappen van mijn echokamers. Soms zelfs een beetje op de maat van de muziek: ‘van links, naar rechts’, meedeinend in de polonaise van overtuigingen. Niet omdat ik het perse leuk vond, maar omdat het voelde als een gedeeld ritme, een bubbel van verbondenheid. Zo echo je mee, of het nu muziek is, meningen of mode. Misschien was dat ook hoe ik later van links naar rechts en weer terug kon bewegen: in stappen, kijkend naar wie er om me heen stond, op zoek naar verbinding en veiligheid.
Totdat die echo ineens vals klonk. Zoals die keer tijdens de verbouwing van ons huis. Mijn ex stond erop dat we ons netjes moesten aankleden om naar de bouwmarkt te gaan. Alsof je er zonder stropdas geen schroeven mocht kopen. Ik stond daar in mijn kluskleren, klaar om verf uit te zoeken, en hij eiste een outfitwissel. Op dat moment besefte ik: dit is geen echo, dit is karaoke in een afgesloten kelder. Zijn hele familie zingt hetzelfde lied, maar niemand hoort hoe vals het eigenlijk klinkt. Het was alsof me een spiegel werd voorgehouden: zó verstikkend kan een echokamer dus werken.
 
Maar hoe werkt dat nou, die echokamers?
We zoeken veiligheid en verbinding. Evolutionair gezien was het slim: vroeger vertrouwde je op de kennis van de stam, want in je eentje had je geen kans. Daniel Kahneman legt het mooi uit in zijn bestseller Thinking, Fast and Slow: ons brein bestaat uit twee systemen. Het snelle brein (Systeem 1) vertrouwt liever blind op de groep, dan dat ons luie, langzame brein (Systeem 2) eerst alles rationeel doorploegt. Dat is veel efficiënter, zeker als er een sabeltandtijger voor je neus staat. Dus vertrouwden we intuïtief op de groep. En als de groep zei: ‘niet die bessen eten’, dan at je ze niet. Simpel. Onze hersenen zijn geprogrammeerd om bevestiging te zoeken en afwijkende meningen, hoe waardevol ook, aanvankelijk te wantrouwen. Deze confirmatie bias was dus geen denkfout, maar een overlevingsstrategie.
Maar daar zit ook precies de valkuil: wat als de groep het fout heeft? Het zou niet de eerste keer zijn. Eeuwenlang vonden Europeanen het volkomen logisch om halve werelddelen te ‘ontdekken’ en dan meteen maar in bezit te nemen met de woorden ‘we brengen beschaving!’ In de jaren ’30 waren er genoeg brave burgers die dachten dat lid worden van de NSB best een slimme zet was, gewoon meedeinen met de tijdgeest. En laten we de apartheid in Zuid-Afrika niet vergeten: jarenlang gold daar de bizarre logica dat je mensen gewoon kon scheiden op huidskleur en het dan ‘orde’ noemen. Meelopen met de groep voelde vaak veiliger, maar achteraf had het desastreuze gevolgen.
En toen kwamen de digitale echokamers. We hebben onze stam ingeruild voor algoritmen. Big Tech bouwt voor iedereen een persoonlijk maatpak van overtuigingen. Algoritmes zijn de nieuwe stamhoofden, maar dan zonder enige interesse in jouw welzijn. Zij willen geen veiligheid, zij willen je aandacht. En elke klik, like en share wordt meteen omgezet in dollars. Waar de stam vroeger jouw overleving garandeerde, garandeert jouw bubbel nu vooral de kwartaalcijfers van Silicon Valley.
Tijdens de coronacrisis voelde ik de bubbels van dichtbij. Ik werkte in het hol van de leeuw, als deskundige infectiepreventie. Professioneel stond ik achter vaccinatie en lock-downs, maar als mens zag ik gevaccineerden ernstig ziek worden en ongevaccineerden met nauwelijks klachten. Ergens tussen de crisis en de online discussies door, zag ik posts die harder schreeuwden dan een sirene op de spoedeisende hulp. Terwijl wij probeerden een ziekenhuis draaiende te houden, leek de wereld op sociale media vooral bezig met wie gelijk had. Twee bubbels, twee waarheden – en ik stond er met mijn mondkapje precies tussenin.
 
En tóch snap ik de aantrekkingskracht. Een echokamer voelt veilig. Als kind knikte ik mee met mijn ouders, als puber koos ik een kant bij vriendinnetjes, en ook online voelt het goed als iemand mijn post ‘liket’. Dat is evolutionaire lijm: bevestiging geeft verbondenheid. Het probleem ontstaat pas als we de deur dichtgooien voor alles wat schuurt. Maar ik merk ook hoe mijn duim onbewust vooral de artikelen vindt die mijn wereldbeeld bevestigen en de rest aan de kant schuift. Met een overvloed aan informatie online is de verleiding groot om mee te gaan in wat onze bubbel ondersteunt, en sluiten we ramen voor alles wat ons uitdaagt.
Door de jaren heen heb ik mezelf zien bewegen over het politieke spectrum. Links, rechts, en weer terug – en ergens halverwege begon ik te beseffen dat dit niet zozeer draaierigheid was, maar mijn eigen oefening in het loslaten van echokamers. Misschien geeft dat me nu de kans om een mening te vormen die echt van mij is, zonder dat een sociale bubbel of een algoritme de lijnen uitzet. En dat geldt niet alleen voor politiek: ik probeer ook op andere gebieden de ramen open te zetten, nieuwsgierig te zijn naar meningen die niet overeenkomen met de mijne.
Maar eerlijk? Het is lastig. Echt openstaan voor andersdenkenden voelt ongemakkelijk, soms zelfs bedreigend. Waarom staat iemand achter Trump? Hoe luister je als klimaatactivist naar iemand die kernenergie als redding ziet? Hoe kijk je naar immigratie, naar genderneutraliteit, of naar de NAVO zonder je oogkleppen te sluiten? Maar dat vraagt dat we ons trage, rationele Systeem 2 wakker schudden – dat systeem dat liever lui dan moe is en bij voorkeur kiest voor het naïef volgen van Systeem 1. Om Systeem 2 in actie te krijgen, moet het een schop onder z’n luie reet krijgen. Pas wanneer onze ervaringen dermate botsen met wat onze bubbel ons vertelt, zal ons rationele brein in actie komen. Zoals ik ooit voelde bij de outfitwissel van mijn ex, of toen ik mezelf betrapte op mijn politieke draaierigheid.
En ja, de wereld geeft genoeg stof tot botsen: wat als technologie ooit het CO₂-probleem oplost, maar de bijen uitsterven en we verhongeren door onbevruchte gewassen. Of als surveillancekapitalisme meer technologische welvaart en slimme steden brengt, maar ondertussen een hele bevolking gevangen zit in de digitale wereld van het kolonialistische Big Tech. En vergeet ook niet onze alledaagse overtuigingen: het kan een mening zijn over thuiswerken, over veganisme, over hoe een leraar moet zijn… en hetzelfde patroon herhaalt zich keer op keer.
 
Met de verkiezingen voor de deur weet ik één ding zeker: ik ga proberen de ramen open te zetten. Tegengeluiden binnenlaten, programma’s echt lezen, stemmen met mijn eigen bril op – niet langer die van mijn ouders, mijn schoonfamilie of mijn Facebook-tijdlijn. En ja, dat is lastig, ongemakkelijk en soms zelfs een beetje beangstigend. Misschien lukt het niet altijd. Misschien blijft een deel van mij toch in een bubbel hangen. Want misschien is het idee van écht objectief zijn ook maar gewoon een illusie.
Maar weet je? Het punt is niet dat ik perfect moet zijn. Het punt is dat ik probeer te luisteren, te reflecteren, en af en toe de deuren van mijn eigen echokamer wijd open te zetten. En als dat lukt, al is het maar een stukje, dan is dit stukje – deze column – misschien eindelijk mijn eigen stem, in plaats van wéér een echo van iemand anders.
 
 
 

Opmerkingen


bottom of page