top of page

Hoe echt is jou realiteit?

  • 23 okt 2025
  • 5 minuten om te lezen


ā€˜Hoe ver ben je met je boek?’ vroeg iemand me afgelopen week. Ik aarzelde even. Het was een simpele vraag, maar een allesbehalve simpel antwoord. Ik kan makkelijk vertellen hoeveel woorden ik geschreven heb, hoeveel research ik gedaan heb en hoeveel nachten ik wakker heb gelegen van gedachten die me achtervolgen. Maar het antwoord was veel ingewikkelder. Want hoe vang ik in een verhaal iets wat we collectief voelen, maar met geen vinger kunnen aanwijzen? Hoe breng ik iets in beeld dat verborgen is achter maskers van ego, achter onzichtbare algoritmes en achter superieure ideologieĆ«n? Maar misschien nog wel de grootste uitdaging, achter de verhalen die we onszelf vertellen?

Mijn eerste boek, met als huidige werktitel ā€˜Als de wip kantelt’, is een zoektocht van mijn persoonlijke verhalen naar onze gezamenlijke verhalen. In deze column geef ik jullie een eerste doorkijkje en maak ik het eerste draadje zichtbaar van het web waar dit boek over gaat.

Ā 
Op een vrijdagavond, een paar weken geleden, keek ik met mijn dochter naar The Matrix. Voor haar gewoon een toffe actiefilm waar ze vol spanning op het randje van de bank in meeleefde. Maar voor mij voelde het bijna persoonlijk. Alsof me een spiegel werd voorgehouden. De film was ineens geen sciencefiction meer over een verzonnen computerwereld, maar een metafoor voor een vraag die me de laatste maanden bezighoudt:
Wat is echt? Is de wereld die we dagelijks ervaren echt, of is het een verhaal waarin we collectief verstrikt zijn geraakt?
Neem social media bijvoorbeeld. Hoe
echt is dit? We ervaren het als echt. Onze emoties reageren: we krijgen dopamine bij likes, stress bij stiltes en jaloezie bij perfecte verhalen van anderen. Onze hersenen maken geen onderscheid tussen fysiek gevaar of digitaal oordeel. Het voelt echt en dus, voor ons brein, Ć­s het echt.
Was het perfecte plaatje dat mijn schoonfamilie aan de buitenwereld liet zien echt? Ze waren warm, liefdevol en betrokken. Maar achter dat beeld voelde het voor mij als een web van controle, subtiele beïnvloeding en onuitgesproken druk. Voor hun was het echt, voor mij voelde het als een verhaal. Eén waar ik lang in geloofde. Simpelweg omdat het makkelijker was dan de onderliggende realiteit onder ogen te zien.

Een verhaal kan machtig zijn. Het kan een werkelijkheid worden, ook als het niet waar is.
Al sinds de oertijd vertellen we elkaar verhalen. Rond het kampvuur. In mythes. In religies. In opvoeding. In marketing. In politiek. We denken dat we rationele wezens zijn, maar in werkelijkheid zijn we verhalende wezens. We vertellen verhalen om te begrijpen, te verbinden en te vermaken. Het is geen toeval dat reclames, geestelijk leiders en politici werken via storytelling. Verhalen vormen ons bewustzijn. En bewustzijn vormt gedrag. Dus wie het verhaal beheerst, beheerst de mens.
We denken in onze samenleving vaak dat we vrij zijn. Dat we mensen zijn die hun eigen keuzes maken, die bewust leven. Maar als je eens goed om je heen kijkt: Wie bepaalt wat je ziet op je telefoon? Wie bepaalt welke woorden trending zijn? Welke idealen normaal zijn? Welke meningen acceptabel zijn? En welke je beter inslikt?
Ā 
In mijn boek beschrijf ik dit systeem als een personage: de antagonist. Ik noem hem naar het archetype De Heerser. Hij heeft vele gezichten: big tech, sociale media, prestatiemaatschappij, data-economie. Hij spreekt in de taal van orde en vooruitgang. Onder zijn blik lijkt alles meetbaar, beheersbaar en voorspelbaar. Hij bouwt systemen die hij ā€˜veiligheid’ noemt, algoritmen die hij ā€˜gemak’ noemt, en creĆ«ert zo een wereld waarin niets aan het toeval wordt overgelaten. Hij schenkt complimenten en aandacht. En net als elke goede manipulator fluistert hij in elk oor dat men bijzonder is.
ā€˜Je mag er zijn,’ zegt hij, ā€˜zolang je blijft streven naar beter.’
Zijn rijk groeit met elke klik, elke blik, elk woord dat iemand spreekt. Macht is zijn zuurstof, maar angst zijn motor. Hij is geen persoon. Geen baas. Geen politicus. Geen bedrijf. Hij is een complex web van systemen dat we zelf hebben gevoed.

In het midden van dit allesomvattende web staat mijn protagonist. Het archetype De Gewone Man. De Gewone Man wil geen machtsspel. Hij wil vooral rust, liefde en betekenis. Erbij horen. Iedere dag werkt hij hard en probeert te doen wat goed is. Hij betaalt zijn rekeningen, scrollt ’s avonds vermoeid door eindeloze feeds en vraagt zich af waarom hij zoveel doet en toch zo weinig voldoening voelt. Diep vanbinnen voelt De Gewone Man iets wringen. Een vaag besef dat zijn keuzes al gemaakt zijn vóór hij ze maakt. Dat zijn aandacht wordt gegijzeld uit angst iets te missen. Dat zijn vermoeidheid niet alleen uit werk komt, maar uit het voortdurend spelen van een rol die nooit genoeg is.
Soms, heel even, ziet hij een flits. Een scheur in de faƧade van De Heerser. Alsof er achter de glanzende spiegelwand iets beweegt. Maar voor hij begrijpt wat het is, klinkt De Heerser alweer:
ā€˜Kijk eens, hoe goed je bent. Je hebt dit allemaal verdient.’
Hij gelooft het verhaal, omdat het vermoeiend is om er tegenin te denken.
En zijn innerlijke stem sust:
-Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā  ā€˜Dit is gewoon de realiteit waarin we leven.’
-Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā  ā€˜Ik heb toch niks te verbergen.’
-Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā  ā€˜Iedereen zit op zijn telefoon.’
Hij lacht het weg. Murw. Vermoeid. En met een berustend cynisme als overlevingsstrategie. En ik begrijp hem. Ik snap hem heel goed, want nog niet zo lang geleden was ik hem.
Ā 
Toch ken ik ook mensen zonder WhatsApp, zonder smartphone, zelfs zonder e-mail. Een vriend die nog sms’t. Een kennis die alleen te bereiken is door hem thuis te bellen. Mensen zonder digitale identiteit. ā€˜Hoe regel je dan dingen? Hoe blijf je op de hoogte?’ zul je je misschien afvragen. We kunnen deze mensen koppig of wereldvreemd noemen, maar wat ik mezelf afvraag: zijn zij wereldvreemd of zijn wij dat geworden? Bouwen ze een cocon buiten onze samenleving, of hebben ze zich bevrijd van het web? Deze mensen prikkelen me. Want ze laten me ƩƩn ding zien:
Als je uit het verhaal stapt, gaat de werkelijkheid gewoon door.

Herinner je je deze beroemde vraag van Morpheus nog:
ā€˜What is real? How do you define real?
If you’re talking about what you can feel, smell, taste and see, then real is simply electrical signals interpreted by your brain.’
Ā 
Terug naar die vrijdagavond. Ik zat nog voor de TV, terwijl de ondertiteling liep. Mijn dochter had haar laptop alweer op schoot en zat verdiept in een spelletje Roblox. Meteen weer vastgezogen in een nieuw verhaal. En tussen het zaagsel in mijn bovenkamer begon iets te knagen: wat als onze ā€˜realiteit’ ook niet het hele verhaal is? Wat als er Ć©cht een rode pil zou zijn, een manier om dit web van algoritmen, verwachtingen en systemen te zien zoals het werkelijk is?
Daarover gaat mijn eerste boek. Over ontwaken uit de verhalen die ons klein houden. Over het moment waarop de wip kantelt en je niet langer mee kunt spelen. Over het durven nemen van die stap, ook als dat onbekend, ongemakkelijk en misschien zelfs een beetje pijnlijk is.
Maar in plaats van droge theorie of moralistische adviezen, kies ik ook voor wat het beste werkt: storytelling. Mijn persoonlijke verhaal en ons wereldbeeld wissel ik af met een mythische vertelling over De HeerserĀ en De Gewone Man. Niet als truc, maar als bevrijding. Want als we leren het verhaal te herschrijven, hoeft het ons niet te verstrikken, maar kan het ons juist bevrijden.
Ā 
Voor zover het eerste draadje.
Maar dit is pas het begin. Mijn verhaal gaat verder. En het gaat dieper.
GeĆÆnspireerd? — follow the white rabbit.
Ā 
Ā 
Ā 

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


bottom of page